“Mijn lieverd, kom eens wat dichterbij. Vanavond wil ik je een verhaaltje vertellen over je best doen — en over vooruitgang. Op een heel warme middag stonden William en zijn beste vriend Leo op de atletiekbaan van school. De rode baan was heet van de zon en in de warme lucht hing een lichte rubbergeur. ‘Vandaag vijf rondjes!’ riep de trainer. De fluit klonk en iedereen rende weg. Tijdens het eerste rondje kon William nog gezellig met de anderen kletsen. In het tweede begon hij zwaarder te ademen. In het derde voelden zijn benen zwaar, alsof er zandzakken aan zijn voeten hingen. In het vierde hoorde hij bijna alleen noch het kloppen van zijn eigen hart. Boem. Boem. Boem. Nog voordat hij het vijfde rondje had afgemaakt, schoot er een gedachte door zijn hoofd: ‘Ik ben na een paar rondjes al helemaal uitgeput. Misschien ben ik gewoon niet zo goed in hardlopen.’ Nog geen maand later stopte William met het team.
Op een avond, nadat hij zijn huiswerk had gemaakt, ging William een game spelen. Zijn personage stapte een donkere kerker binnen. Hak! Een monster viel neer. ‘XP +50’ De ervaringsbalk schoof een klein stukje vooruit. Nog een monster. Nog wat XP. En toen ineens — ‘LEVEL UP!’ Het scherm lichtte goud op. William bleef ernaar kijken. Games hadden iets interessants. Elke keer als je vooruitging, lieten ze het je zien. Je werd een beetje sterker. Je kwam een beetje dichter bij het volgende level. Maar toen merkte William iets vreemds. Gamen kon ook vermoeiend zijn. Zijn handen werden moe. Zijn ogen ook. En toch wilde hij bijna nooit stoppen alleen omdat hij moe was. Waarom?
De volgende middag kwam Leo langs. ‘Ga je mee een paar rondjes rennen?’ William twijfelde even, maar ging toch mee. Eerste rondje. Tweede rondje. In het derde kwam dat bekende gevoel terug. Zijn ademhaling werd zwaar. Zijn benen voelden als lood. En datzelfde stemmetje fluisterde weer in zijn hoofd: ‘Je bent gewoon niet zo goed in hardlopen.’ Die avond vroeg William het eindelijk aan zijn vader: ‘Pap, waarom wil ik bij games doorgaan, zelfs als ik moe ben, maar wil ik stoppen zodra hardlopen moeilijk wordt?’ Zijn vader dacht even na. ‘Dat is een heel goede vraag,’ zei hij. ‘Laat me er vanavond over nadenken. Morgen geef ik je een antwoord.’
De volgende middag kwam zijn vader Williams kamer binnen met een groot vel papier. Hij plakte het aan de muur en schreef bovenaan: WILLIAMS LEVEL-UP-TRACKER VOOR HARDLOPEN Zijn vader glimlachte. ‘Games zijn slim. Elke keer als je vooruitgaat, zegt het spel als het ware: Hé, je bent net een klein beetje sterker geworden. Maar bij hardlopen gebeurt dat niet. Dus maken we onze eigen ervaringsbalk.’ Vanaf die dag tekende William elke keer een ster als hij een stukje verder liep dan de vorige keer. Als hij vijf seconden van zijn tijd afhaalde, kwam er nog een ster bij. Op een middag zei William na het lopen: ‘Pap, vandaag was ik lang niet zo buiten adem.’ Zijn vader glimlachte. ‘Dat telt ook. Schrijf het op.’ Dag na dag kwamen er meer sterren op de muur. Sommige stonden scheef. Sommige waren groot. Andere piepklein. Maar ze betekenden allemaal hetzelfde: William ging vooruit. Langzaam begonnen al die losse sterretjes samen een lange, heldere baan over de muur te vormen, als een klein sterrenstelsel dat oplichtte aan de nachtelijke hemel.
Drie maanden later organiseerde de school een langeafstandswedstrijd. William stond opnieuw aan de startlijn. Hij was nog steeds niet de snelste. Toen de fluit klonk, schoten een paar kinderen naar voren. William bleef rennen. Rondje na rondje. Tot aan de finish. Toen de uitslagen kwamen, staarde hij naar zijn tijd. Hij was drieënveertig seconden sneller dan drie maanden eerder. Zijn trainer keek hem verbaasd aan. ‘William, hoe heb je dat gedaan?’ William glimlachte. ‘Ik ben elk klein beetje vooruitgang gaan bijhouden.’
Mijn lieverd, soms voelt je best doen zwaar, niet omdat we het niet willen proberen, maar omdat we niet kunnen zien of al die moeite wel echt helpt. Games geven ons XP-balken en level-up-schermen. Het echte leven doet dat meestal niet. Dus soms moeten we ze zelf maken. Een stukje verder. Een tikkeltje sneller. Een beetje makkelijker dan de vorige keer. Die kleine signalen herinneren ons eraan: ‘Ik word beter.’ En die kleine verbeteringen lijken in het begin misschien niet zo bijzonder, maar na verloop van tijd kunnen ze ons heel ver brengen. Ook ouders moeten dit onthouden: Soms is het niet zo dat een kind geen moeite wil doen. Het kan alleen nog niet zien dat het al sterker wordt. Dat was ons verhaaltje voor vanavond. Ik hou van je. Welterusten, mijn lieverd. Slaap lekker en droom fijn.”